gemeten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·me·ten
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen gemeten
verbogen gemeten

Bijvoeglijk naamwoord

gemeten

  1. door vergelijking met een ijkwaarde numeriek bepaald
    • De gemeten waarde is duidelijk groter dan wat de theorie voorspelt. 

Werkwoord

vervoeging van
meten

gemeten

  1. voltooid deelwoord van meten

Zelfstandig naamwoord

gemeten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gemet

Gangbaarheid