gemeenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·meen·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gemeenheid gemeenheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gemeenheid v [1]

  1. het vervelend, gemeen of achterbaks doen
    • Hoog bezoek gisteren voor de Amerikaanse Harvard University: zangeres Lady Gaga kwam haar nieuwe stichting presenteren en had daarvoor tv-ster Oprah Winfrey en motivatiegoeroe Deepak Chopra meegebracht. Lady Gaga sprak ruim 1100 gasten toe en daagde de jonge aanwezigen uit mee te helpen aan het afrekenen met 'gemeenheid en wreedheid'. [2] 
  2. een vervelende, gemene of achterbakse handeling
    • Het paleis van Lodewijk XIV in Versailles is een symbool van nationale trots voor de Fransen. Daarom zou het haringcadeau door Hollande dan ook als 'gemeenheid' kunnen worden ervaren, aldus Der Spiegel. Het weekblad heeft op basis van tv-beelden van Hollandes bezoek aan Voor-Pommeren geconstateerd dat de Franse president het vaatje Bismarck-haring snel doorgeeft aan een medewerker. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Verwijzingen