gemakkelijkheidshalve

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·mak·ke·lijk·heids·hal·ve
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

gemakkelijkheidshalve

  1. voor het gemak, om het zichzelf makkelijker te maken
    • In het volgende voorbeeld laten we dit gemakkelijkheidshalve buiten beschouwing. 

Gangbaarheid