gelule

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: gelul


Nederlands

1. twee gelules
Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lu·le
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gelule gelules
gelulen
verkleinwoord geluletje
geluultje
geluletjes
geluultjes

Zelfstandig naamwoord

gelule v

  1. (farmacologie) kleine hoeveelheid geneesmiddel of voedingssupplement verpakt in een dun laagje gelatine zodat het gemakkelijk kan worden ingeslikt
    • Iets ingewikkelder is 30 % pepermuntolie, 25 % olie van witte tijm, 25 % olie van rozemarijn CT verbenon, 10 % wortelolie en 10 % selderolie te mengen, daarvan 300 mg per gelule te laten stoppen en er ’s avonds en ‘s morgens na de maaltijd een gelule in te nemen. [2]
Synoniemen

Gangbaarheid

3 % van de Nederlanders;
35 % van de Vlamingen.

Verwijzingen