gelukten
Uiterlijk
- ge·luk·ten
| vervoeging van |
|---|
| gelukken |
gelukten
- meervoud verleden tijd van gelukken
- Wij gelukten.
- Jullie gelukten.
- Zij gelukten.
- Wij gelukten.
- Het woord gelukten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.