geluierd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lui·erd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: luieren…
geen verbogen vorm

geluierd

  1. voltooid deelwoord van luieren

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be