geluidloos
Uiterlijk
- Geluid: geluidloos (hulp, bestand)
- IPA: / ɣəˈlœytlos / (3 lettergrepen)
- ge·luid·loos
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | geluidloos | geluidlozer | geluidloost |
| verbogen | geluidloze | geluidlozere | geluidlooste |
| partitief | geluidloos | geluidlozers | - |
geluidloos
- zonder geluid te maken
- De inbreker wist geluidloos het huis binnen te sluipen.
- Ze pruilt, barst uit in irrationele woede, of huilt geluidloos. [1]
- Het woord geluidloos staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "geluidloos" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ de Volkskrant Floortje Smit 2 januari 2019 The Favourite is verschrikkelijk grappig en oneindig tragisch (vijf sterren)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -loos in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %