geluiddicht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·luid·dicht
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geluiddicht geluiddichter geluiddichtst
verbogen geluiddichte geluiddichtere geluiddichtste
partitief geluiddichts geluiddichters -

Bijvoeglijk naamwoord

geluiddicht

  1. zodanig geïsoleerd dat geluiden niet binnen kunnen dringen of de ruimte verlaten
    • Deze kamer is een vrijwel geluiddichte ruimte. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.