geloofsovertuiging
Uiterlijk
- ge·loofs·over·tui·ging
- samenstelling van geloof en overtuiging met het invoegsel -s-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geloofsovertuiging | geloofsovertuigingen |
| verkleinwoord | geloofsovertuiginkje | geloofsovertuiginkjes |
de geloofsovertuiging v
- het zekere weten zonder waarneming, vaak betrekking hebbend op een opperwezen
- Voor sommige mensen met een geloofsovertuiging is die geloofsovertuiging het richtsnoer voor hun dagelijks handelen.
- „Rechtsstatelijk ontstaan er risico’s wanneer bepaalde geloofsovertuigingen het zelfbeschikkingsrecht van anderen aantasten.” [1]
- Het woord geloofsovertuiging staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.