gelijkt
Uiterlijk
- ge·lijkt
| vervoeging van: | lijken… |
| verbogen vorm: | gelijkte |
gelijkt
- voltooid deelwoord van lijken
| vervoeging van |
|---|
| gelijken |
gelijkt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gelijken
- Jij gelijkt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gelijken
- Hij gelijkt.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van gelijken
- Gelijkt!
- Het woord gelijkt staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.