gelijknamig
Uiterlijk
- Geluid: gelijknamig (hulp, bestand)
- ge·lijk·na·mig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gelijknamig | gelijknamiger | gelijknamigst |
| verbogen | gelijknamige | gelijknamigere | gelijknamigste |
| partitief | gelijknamigs | gelijknamigers | - |
gelijknamig
- een gelijke naam hebbend
- (wiskunde) (van twee breuken) dezelfde noemer hebbend
- Alleen gelijknamige breuken kan men direct bij elkaar optellen.
- Het woord gelijknamig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gelijknamig" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be