gelijknamig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lijk·na·mig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gelijknamig
verbogen gelijknamige

Bijvoeglijk naamwoord

gelijknamig

  1. Gelijke naam hebbend.
    Alleen gelijknamige breuken kan me direkt bij elkaar optellen