Naar inhoud springen

gelijkgezindheid

Uit WikiWoordenboek
  • ge·lijk·ge·zind·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord gelijkgezindheid
verkleinwoord

degelijkgezindheidv

  1. het een gemeenschappelijke overtuiging hebben
     De koningin zei in haar toespraak dat vroeger gelijkgezindheid en verbondenheid verankerd waren in de verzuiling. Die tijd is voorbij. Vertrouwen kan niet worden opgelegd, dat moet vanuit de gemeenschap zelf groeien, zei Beatrix.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 13 december 2023 Weblink bron “Gemengde reacties op kerstrede” (Dinsdag 25 december 2012, 14:41), NOS