gelijkelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lij·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

gelijkelijk

  1. gelijk, hetzelfde
    • Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.(Grondwet Artikel 4) 
Vertalingen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
47 % van de Vlamingen.