geleisteek
Uiterlijk
- Geluid: geleisteek (hulp, bestand)
- IPA: / ɣəˈlɛistek / (3 lettergrepen)
- ge·lei·steek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geleisteek | geleisteken |
| verkleinwoord | geleisteekje | geleisteekjes |
de geleisteek m
- (scheepvaart) aangetrokken lus in garen, draad, koord of touw als bevestiging die makkelijk kan worden losgetrokken
- galeisteek (uitspraakvariant)
- schuifknoop
- Het woord 'geleisteek' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal