gelebek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

gelebek
Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·le·bek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gelebek
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gelebek

  1. (vogels) Sporophila schistacea op Wikispecies vinkachtige, grijze zangvogel uit Suriname waarvan het mannetje een brede gele snavel heeft
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen