gelddorst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geld·dorst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gelddorst
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gelddorst m [1]

  1. hevige begeerte naar geld
    • Uit het onderzoek blijkt verder dat bankiers en beursmedewerkers worden vaker worden gedreven door hebzucht, schrijft de Volkskrant. Mensen die minder last van gelddorst hebben, werken vaker in de zorg, het onderwijs of bij de overheid. Volgens de onderzoekers kan hebzucht lonen. Zo verdienen verkoopmanagers die bovengemiddeld hebzuchtig zijn gemiddeld 10 procent meer dan mensen met een modaal inkomen. [2] 
    • In het huis vonden ze meteen de reden voor haar gelddorst. Over de hele ruimte verspreid, troffen ze dure merkkledij, zelfs nog met de etiketten eraan. In totaal werden 700 stuks teruggevonden. Die zijn nu, naast een nieuwe auto en een vracht meubelen, verbeurd verklaard. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen