gelast af

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·last af
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
afgelasten

gelast af

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van afgelasten
  2. gebiedende wijs van afgelasten


Gangbaarheid