gekunnen
Uiterlijk
- ge·kun·nen
| vervoeging van: | kunnen… |
| geen verbogen vorm | |
gekunnen
- voltooid deelwoord van kunnen
- Ik zou dit niet gekunnen hebben zonder jullie!
- Nergens in het Nederlandse taalgebied standaardtaal
- Het woord 'gekunnen' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.