gekruist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·kruist
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
kruisen

gekruist

  1. voltooid deelwoord van kruisen
stellend
onverbogen gekruist
verbogen gekruiste
partitief gekruists

Bijvoeglijk naamwoord

gekruist

  1. kruiselings over elkaar heen gaande
    • Bij het snoeien is het belangrijk gekruiste takken weg te halen. 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving met meest worden gebruikt.[1][2]

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen