gekloot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·kloot
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van kloten: de stam met omvoegsel ge- -t, zonder -t omdat de stam al op -t eindigt

Werkwoord

vervoeging van
kloten

gekloot

  1. voltooid deelwoord van kloten
enkelvoud meervoud
naamwoord gekloot
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gekloot o [1]

  1. gezeur, gedonder, ellende, gerotzooi
    • Op naar de volgende locatie: Huizum-West, waar de buurt klaagt over overlast van hangjongeren. Ze staan op een pleintje en Dales beent er heen. ,,Dag, ik ben de burgemeester van Leeuwarden, stelt hij zich voor. Hoe ze het vinden in de wijk? ,,Saai, antwoordt een jongen. Wat er zou moeten veranderen? Het wijkgebouw moet meer open zijn. Dan kunnen ze daar biljarten of tafelvoetballen. Dales belooft te kijken wat hij kan doen. ,,Maar dan moet er verder geen gekloot meer komen, waarschuwt hij. Als hij langs het wijkgebouwtje loopt, zegt hij dat het er treurig uitziet. ,,Die kinderen lijken me normaal. Gezagsgevoelig ook. Zag je hoe timide ze waren toen we bij hen stonden? [2] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Karin de Mik 21 februari 2005