gekap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·kap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gekap
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gekap o [1]

  1. aanhoudend kritiek leveren op iets of iemand
    • Na de Berlinale blijft het gehak en gekap van de Duitse pers op Jean-Jacques Annauds jongste film Enemy at the gates verbazen. [2] 

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Verwijzingen