gekamd
Uiterlijk

- ge·kamd
| vervoeging van: | kammen… |
| verbogen vorm: | gekamde |
[A] gekamd
- voltooid deelwoord van kammen
- vormt de lijdende vorm
- De haren werden gewassen en gekamd.
- vormt de voltooide tijden
- Hij had zijn haar gekamd.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gekamd | gekamder | gekamdst |
| verbogen | gekamde | gekamdere | gekamdste |
| partitief | gekamds | gekamders | - |
[A] gekamd
- (van haren) als met een kam gladgestreken of in model gebracht
- (van een persoon) met een verzorgd kapsel
- met een getand voorwerp bewerkt
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | gekamd |
| verbogen | gekamde |
| partitief | gekamds |
[B] gekamd
- (heraldiek) (van hanen of dolfijnen) voorzien van een kam
- Een gekamde haan op een veld van or.
- Het woord gekamd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gekamd" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voltooid deelwoord met ge- -d
- Pseudodeelwoorden in het Nederlands
- Omvoegsel ge- -d in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Heraldiek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %