gekamd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een gekamde haan


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·kamd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: kammen…
verbogen vorm: gekamde

[A] gekamd

  1. voltooid deelwoord van kammen
  2. vormt de lijdende vorm
    • De haren werden gewassen en gekamd. 
  3. vormt de voltooide tijden
    • Hij had zijn haar gekamd. 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gekamd gekamder gekamdst
verbogen gekamde gekamdere gekamdste
partitief gekamds gekamders -

Bijvoeglijk naamwoord

[A] gekamd

  1. (van haren) als met een kam gladgestreken of in model gebracht
  2. (van een persoon) met een verzorgd kapsel
  3. met een getand voorwerp bewerkt
Antoniemen
stellend
onverbogen gekamd
verbogen gekamde

Bijvoeglijk naamwoord

[B] gekamd

  1. (heraldiek) (van hanen of dolfijnen) voorzien van een kam
    • Een gekamde haan op een veld van or. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen