gejuich

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·juich
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gejuich -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gejuich o

  1. het aanhoudend juichen
    Het gejuich van de supporters was werkelijk overweldigend.
Vertalingen