Naar inhoud springen

geitenbok

Uit WikiWoordenboek
  • gei·ten·bok
enkelvoud meervoud
naamwoord geitenbok geitenbokken
verkleinwoord geitenbokje geitenbokjes

degeitenbokm

  1. de bok van een geit
84 %van de Nederlanders;
91 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be