geiten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gei·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
geiten
geitte
gegeit
zwak -t volledig

Werkwoord

geiten

  1. onovergankelijk (pejoratief) zich meisjesachtig gedragen

Zelfstandig naamwoord

geiten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord geit

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie