gehoorzaamde
Uiterlijk
- ge·hoor·zaam·de
| vervoeging van |
|---|
| gehoorzamen |
gehoorzaamde
- enkelvoud verleden tijd van gehoorzamen
- Ik gehoorzaamde.
- Jij gehoorzaamde.
- Hij, zij, het gehoorzaamde.
- Ik gehoorzaamde.
- verbogen vorm van gehoorzaamd, voltooid deelwoord van gehoorzamen
- Het woord gehoorzaamde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.