gehoorgang

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·hoor·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gehoorgang gehoorgangen
verkleinwoord gehoorgangetje gehoorgangetjes

Zelfstandig naamwoord

gehoorgang m

  1. (anatomie) een holle buis die de oorschelp met het middenoor verbindt
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie