gehoefd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·hoefd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gehoefd gehoefder gehoefdst
verbogen gehoefde gehoefdere gehoefdste
partitief gehoefds gehoefders -

Bijvoeglijk naamwoord

gehoefd

  1. hoeven bezittend
    • Een gehoefd dier. 
Antoniemen

Werkwoord

vervoeging van
hoeven

gehoefd

  1. voltooid deelwoord van hoeven
    • Het had niet gehoefd. 
Synoniemen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.