geh

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • geh
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
geh
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gange
enkelvoud meervoud
1e persoon ich geh mir gehne
gehn
2e persoon du gehscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
geht
-
gehne
gehn
-
3e persoon er geht sie gehne
gehn
sie geht
es geht

Werkwoord

geh

  1. gaan
Uitdrukkingen en gezegden
  • danse geh
gaan dansen
  • schaffe geh
gaan werken
  • verlore geh
teloorgaan, verloren gaan, zoekraken
Opmerkingen

Werkwoord

geh

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van geh