gegenüber

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Duits

Uitspraak
  • IPA: [ɡeːɡŋ̍ˈʔyːbɐ]
Woordafbreking
  • ge·gen·über

Voorzetsel

gegenüber (+ datief)

  1. tegenover