gegadigde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ga·dig·de
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘belanghebbende’ voor het eerst aangetroffen in 1672 [1]
  • Afgeleid van gegadigd met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord gegadigde gegadigden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gegadigde m/v

  1. iemand die meent voor iets in aanmerking te komen
    • Er waren maar weinig gegadigden voor deze functie. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen