gefröbel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·frö·bel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gefröbel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gefröbel o

  1. op een manier die lijkt op het spelen van kleuters
    • En dat we tot slot 9 waarborgen nodig hebben (zie de Kamerbrief Witteveen 2015) boezemt mij eerder minder dan meer vertrouwen in op een goed afloop. Conclusie? Gefröbel en gepolder op de vierkante centimeter. We maken zeker geen meters. Maar goed, begroting op papier op orde en Brussel voor een jaar tevreden, met een mooie ‘papieren’ waarborg! Fijne feestdagen! [1] 
    • Mode is fun en moet hebberig maken. Mannen willen best geld uitgeven aan mode, maar niet aan experimentele creaties waar ze niet mooier van worden. Een plek op de officiële modelijst krijgen is een hele kunst, waarvoor hulde. Maar het gevecht om de euro's is nog veel harder. En in een week waar grote namen als Jean Paul Gaultier, Lanvin en Louis Vuitton regeren, is vrolijk gefröbel redelijk kansloos. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
35 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Telegraaf THEO GOMMER 18 dec. 2013 Het Pensioenakkoord: een ei, een klein ei of een lege dop?
  2. De Telegraaf STEFFIE CHRISTIAANS STELT TELEUR 04 jan. 2016 Mode: Steffie Christiaans stelt teleur