geforceerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·for·ceerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
forceren

geforceerd

  1. voltooid deelwoord van forceren
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geforceerd geforceerder geforceerdst
verbogen geforceerde geforceerdere geforceerdste
partitief geforceerds geforceerders -

Bijvoeglijk naamwoord

geforceerd

  1. met (te veel) kracht
    • De geforceerde deur kon niet meer goed gesloten worden. 
    • Het geforceerde compromis maakte van de conferentie op het einde toch nog een succes. 
  2. gemaakt, niet echt
    • Met een geforceerde glimlach probeerde hij zijn grote verlies te verdoezelen. 
  3. van metalen voorwerpen dat ze door forceren tot stand gekomen zijn
    • Wij hebben thuis een geforceerde zilveren vaas. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie