geestes
Uiterlijk
- gees·tes
geestes
- genitief enkelvoud van geest
- ▸ Liefde, eer, rijkdom, wetenschap, vermaak, het is alles ijdelheid en vermoeienis des geestes; (…)[1]
- Het woord 'geestes' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Twaalf preeken.” (1845), Erven F. Bohn, Haarlem, p. 114