geelsel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geel·sel
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van geel met het achtervoegsel -sel
enkelvoud meervoud
naamwoord geelsel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geelsel o [1]

  1. kleurstof waarmee men iets geel maakt
Verwante begrippen

Gangbaarheid

44 % van de Nederlanders;
47 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen