geelbuik
Uiterlijk
- geel·buik
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geelbuik | geelbuiken |
| verkleinwoord | geelbuikje | geelbuikjes |
de geelbuik m
- (koekoeksvogels) (informeel) (Suriname) benaming voor sommige vogels uit het geslacht Coccyzus
met een gelig onderlichaam
- Het woord 'geelbuik' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Koekoeksvogels in het Nederlands
- Vogels in het Nederlands
- Informeel in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal