gedraal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·draal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gedraal
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gedraal o

  1. aanhoudend twijfelend niets doen
    • Het gedraal van GroenLinks met een grondwetswijziging stuit op scherpe kritiek van de Raad van State. Zulk getreuzel gaat tegen diezelfde Grondwet in, vindt de Raad, de belangrijkste adviseur van regering en parlement.[1] 
    • Brussel is het gedraal van Nederland zat. Daarom besloot het dagelijks bestuur van de EU donderdag om de kwestie voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie. Als de commissie in het gelijk wordt gesteld, riskeert Nederland een flinke boete.[2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.

Verwijzingen