gedonder
Uiterlijk
- ge·don·der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gedonder | - |
| verkleinwoord | - | - |
het gedonder o
- het geluid van donderslagen
- Ik hoorde gedonder in de verte; ik hoop niet dat we een bui gaan krijgen.
- (pejoratief) als ongewenst en ergerlijk ervaren gedrag
- Is dat gedonder nou nog niet afgelopen?
- Het woord gedonder staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gedonder" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel ge- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Pejoratief in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %