gedijen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·dij·en
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnederlandse thīon met het voorvoegsel ge- [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gedijen
gedijde
gedijd
zwak -d volledig

Werkwoord

gedijen [2]

  1. (ergatief) voorspoedig groeien
    Suikerriet gedijt uitstekend in dat warme, vochtige klimaat.
Uitdrukkingen en gezegden
  • Gestolen goed gedijt niet.
gestolen zaken brengen nooit voordeel
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal