gedijen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·dij·en
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnederlandse thīon.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gedijen
gedijde
gedijd
zwak -d volledig

Werkwoord

gedijen

  1. (ergatief) voorspoedig groeien
    Suikerriet gedijt uitstekend in dat warme, vochtige klimaat.
Vertalingen