gedegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·de·gen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gedegen gedegener gedegenst
verbogen - - gedegenste
partitief gedegens gedegeners -

Bijvoeglijk naamwoord

gedegen

  1. degelijk, grondig
    • Zij heeft zich gedegen voorbereid. 
  2. in de natuur als zodanig voorkomend
    • Koper in gedegen vorm, vind je soms in de natuur. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie