Naar inhoud springen

gedegen

Uit WikiWoordenboek
  • ge·de·gen
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen gedegengedegenergedegenst
verbogen --gedegenste
partitief gedegensgedegeners-
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘goed doordacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1928 [1]

gedegen

  1. degelijk, grondig
    • Zij heeft zich gedegen voorbereid. 
  2. in de natuur als zodanig voorkomend
    • Koper in gedegen vorm, vind je soms in de natuur. 
98 %van de Nederlanders;
88 %van de Vlamingen.[2]