geconstipeerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·con·sti·peerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
constiperen

geconstipeerd

  1. voltooid deelwoord van constiperen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen geconstipeerd geconstipeerder geconstipeerdst
verbogen geconstipeerde geconstipeerdere geconstipeerdste
partitief geconstipeerds geconstipeerders -

Bijvoeglijk naamwoord

geconstipeerd

  1. van een persoon of dier dat hij of zij geen ontlasting meer kan krijgen
    • De geconstipeerde patiënt kreeg een klysma om toch maar ontlasting te krijgen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie