gebundeld
Uiterlijk
- ge·bun·deld
| vervoeging van: | bundelen… |
| verbogen vorm: | gebundelde |
gebundeld
- voltooid deelwoord van bundelen
- ▸ Voor de binnenlandse markt verzorgt zij een taalrubriek in nrc.next, en haar verzamelde overpeinzingen zijn nu gebundeld in Taal is zeg maar echt mijn ding.[1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gebundeld | gebundelder | gebundeldst |
| verbogen | gebundelde | gebundeldere | gebundeldste |
| partitief | gebundelds | gebundelders | - |
gebundeld
- tot een bundel verenigd
- Het woord gebundeld staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Drie zingende uitgevers” (08/05/2009), HP de Tijd
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voltooid deelwoord met ge- -d
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal