gebrild

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·brild
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen gebrild
verbogen gebrilde
partitief gebrilds

Bijvoeglijk naamwoord

gebrild

  1. Met een bril op, voorzien van een bril
    • Het product werd aangeprezen door een gebrilde deskundige in een witte jas. 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

Woordherkomst en -opbouw
vervoeging van: brillen…
verbogen vorm: gebrilde

gebrild

  1. voltooid deelwoord van brillen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be