gebiologeerd
Uiterlijk
- ge·bio·lo·geerd
- vervoeging van biologeren: de stam met omvoegsel ge- -d
| vervoeging van: | biologeren… |
| verbogen vorm: | gebiologeerde |
gebiologeerd
- voltooid deelwoord van biologeren
- Het woord gebiologeerd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gebiologeerd" herkend door:
| 94 % | van de Nederlanders; |
| 87 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be