gebakken
Uiterlijk
- ge·bak·ken
| vervoeging van: | bakken… |
| geen verbogen vorm | |
gebakken
- voltooid deelwoord van bakken
- vormt de lijdende vorm
- De bakstenen worden in die oven gebakken.
- vormt de voltooide tijden
- Ik heb een taart gebakken.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | gebakken |
| verbogen | - |
| partitief | gebakkens |
- door verhitting in een oven of op een verhitte plaat gemaakt of bereid
- ▸ De geur van gebraden vlees en gebakken aardappels.[1]
- ▸ Een paar jaar geleden heb ik één keer bij een familiefeestje gezegd dat ik haar gebakken bokking buitengewoon lekker vond en sindsdien krijg ik als ik bij haar op bezoek ben altijd gebakken bokking voorgeschoteld.[2]
- Hij hield van gebakken schol.
- Aan een wijntje hoef ik ook niet te denken, evenmin als aan iets gebakkens.
- Gebakken of gebraden, het is allemaal heerlijk.
- Met de gebakken peren (blijven) zitten
voor de moeilijkheden opdraaien
- Het woord gebakken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- ↑ Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voltooid deelwoord met ge- -en
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal