gebakkelei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·bak·ke·lei
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gebakkelei -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gebakkelei o

  1. voortdurend bakkeleien

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.