gebaarde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·baar·de
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
gebaren

gebaarde

  1. enkelvoud verleden tijd van gebaren
    • Ik gebaarde. 
    • Jij gebaarde. 
    • Hij, zij, het gebaarde. 

Deelwoord

gebaarde

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord gebaard van baren

gebaarde

  1. verbogen vorm van het voltooid deelwoord gebaard van gebaren

Bijvoeglijk naamwoord

gebaarde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van gebaard


Verwijzingen