geanticipeerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·an·ti·ci·peerd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
anticiperen

geanticipeerd

  1. voltooid deelwoord van anticiperen

Gangbaarheid