Naar inhoud springen

gaze

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
gaze gazes

gaze

  1. (starende) blik [1]
  2. (verouderd) voorwerp dat bekeken wordt
vervoeging
onbepaalde wijs to  gaze 
he/she/it  gazes 
verleden tijd  gazed 
voltooid
deelwoord
 gazed 
onvoltooid
deelwoord
 blazing 
gebiedende wijs  gaze 

gaze

  1. onovergankelijk (~at) (intensief) staren
  2. overgankelijk (intensief) kijken, staren naar
  1. gaze, Online Etymology Dictionary


vervoeging van
gazer

gaze

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van gazer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van gazer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van gazer