gaula

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • gau·la
Naar frequentie 97033
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud gaula
o enkelvoud gaula
meervoud gaula
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
gaula

Bijvoeglijk naamwoord

gaula

  1. huilend, roepen, schreeuwend
Schrijfwijzen

Werkwoord

gaula

  1. verleden tijd van gaule
  2. voltooid deelwoord van gaule
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

gaula, mv

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van gaul
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • gau·la
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud gaula
o enkelvoud gaula
meervoud gaula
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
gaula

Bijvoeglijk naamwoord

gaula

  1. blèrend, bulkend, huilend, joelend, roepend, schreeuwend, wenend

Werkwoord

gaula

  1. onbepaalde wijs, tweede vorm naast gaule, zie aldaar

gaula

  1. verleden tijd van gaula
  2. voltooid deelwoord van gaula

gaula

  1. gebiedende wijs van gaula
Schrijfwijzen

Werkwoord

gaula

  1. verleden tijd van gaule
  2. voltooid deelwoord van gaule

gaula

  1. gebiedende wijs van gaule
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

gaula,

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van gaul (onzijdige verbuiging)